Perspectief op ‘point of view’
Tranen rollen over mijn wangen, er zit een knoop in mijn maag. De scene van de film die ik kijk is verdrietig, intens en ik ga er helemaal in op. Ik voel het verdriet van de vrouw op het scherm, mijn hart breekt om wat zij verliest. Het doet me fysiek pijn naar deze film te kijken. Terwijl ik zit te huilen, is mijn echtgenoot ogenschijnlijk onbewogen. Is hij een harteloze man? Nee, hij maakt simpelweg niet deel uit van de ‘target audience’ voor deze film; de beoogde doelgroep. De regisseur had met deze film mensen zoals ik voor ogen. Als aan de touwtjes in handen van een poppenspeler lach, huil en schrik ik op het juiste moment en dat is niet zomaar. Met mij als uitgangspunt zette de regisseur alle methodes die hij tot zijn beschikking had in om te beïnvloeden hoe ik mij nu voel. Tijdens deze bewuste scene worden mijn snaren onder andere beroerd door de gekozen ‘Point of View’; een camera- en montagetechniek waarbij het lijkt alsof de kijker door de ogen van een filmpersonage kijkt. Hiermee krijg ik meer het idee dat het verhaal over mij gaat, waardoor ik gevoeliger ben voor de emoties die worden geportretteerd.
Point of view is niet alleen een vakterm binnen de filmindustrie. Ook in de filosofie wordt deze benaming gebruikt; namelijk als duiding van een perspectief als uitgangspunt. Nietzsche zei bijvoorbeeld dat er geen absolute waarheid bestaat en dat alles afhangt van het perspectief van waaruit je het bekijkt. Voor Kierkegaard was er juist wel een waarheid dat als uitgangspunt diende voor al het andere. Ik denk dat veel mensen zich het meest comfortabel voelen bij de idee dat er een basis bestaat van waaruit we de wereld kunnen definiëren. Dat zie ik natuurlijk ook in mijn film terug. Ondanks dat er verschillende mensen naar kijken met ieder hun eigen achtergrond en eigen waarheid zijn er blijkbaar genoeg overeenkomsten tussen ons dat een regisseur kan sturen op een gezamenlijk perspectief. Ik was vast niet de enige uit de beoogde doelgroep die bij die scene huilde.
Dat is anders wanneer we de term perspectief beschrijven niet als vertrekpunt, maar als een bestemming; een stip op de horizon. In tegenstelling tot de point of view kan niet ieder mens zeggen dat zij die stip heeft. Het zegt namelijk iets over onze toekomst en of wij die voor ons kunnen zien. Helaas zijn er in onze samenleving mensen die helemaal geen perspectief ervaren omdat zij elke dag bezig zijn met overleven vanwege armoede, een chronische ziekte, psychisch lijden of geweld. Zij leven in het hier en nu en zien geen uitweg uit de ellende van vandaag. Mensen die leven in een langdurig stressvolle situatie kunnen vaak moeilijk stappen zetten naar de toekomst. Niet alleen omdat ze, vanwege hun situatie, op het hier en nu zijn gericht, maar ook omdat hun denken en doen door die dagelijkse stress beïnvloed wordt. Kort gezegd heeft langdurige stress een dusdanige invloed op de hersenen dat deze groep zaken minder goed kan overzien, heftiger reageert op tegenslag en moeite heeft met het uitvoeren van lange termijn doelen.
Al ervaart deze doelgroep zelf vaak geen perspectief, ze maakt wel onderdeel uit van dat van anderen. Voor de overheid zijn deze mensen ‘kwetsbare inwoners’ die het uitgangspunt zijn van beleid. Schulden moeten worden tegengegaan, mensen met een arbeidsbeperking moeten kunnen participeren en eenzame mensen moet kunnen terugvallen op een sociaal netwerk. Allemaal stippen op de horizon die niet noodzakelijkerwijs hun weg vinden naar de praktijk. Want niet de doelgroep is hier het uitgangspunt, maar het gewenste maatschappelijke effect. Het gaat mis omdat bij de uitvoering van dit beleid een beroep wordt gedaan op vaardigheden die de kwetsbare inwoner niet heeft of een context die niet verandert. Ergens gaat de overheid dus onvoldoende uit van de beoogde doelgroep. Wat dat betreft kan er geleerd worden van de filmindustrie. Zo had de regisseur van de film die ik keek mensen als ik voor ogen. Mensen die geraakt mochten worden door de verdrietige scene in het verhaal en om dit te bereiken werden er keuzes gemaakt in belichting, setting, de point of view, filters, muziek en montage. Al deze instrumenten en meer werden ingezet voor het beoogde effect. En het werkte: het doel werd behaald.
Ja maar, hoor ik je zeggen, de overheid is natuurlijk geen filmregisseur en beleid is geen blockbuster. Toch zijn er verrassend veel overeenkomsten. Wist je bijvoorbeeld dat in het sociaal domein, zeg maar dat deel van de overheid waar men zich bezighoudt met de kwetsbare inwoner, tegenwoordig de term ‘regisseur’ veelvuldig voorkomt? Hoe deze nieuwe functietitel precies wordt toegepast verschilt. Het kan gaan om een werkconsulent die een inwoner naar werk ‘regisseert’, om een projectleider of om een beleidsadviseur. En met name die laatste is, net als de filmregisseur, wel degelijk verantwoordelijk voor het regisseren van een bepaald effect. Het scenario komt vanuit de regering (of lokaal vanuit het college van burgemeester en wethouders) waar het perspectief wordt bepaald van thema’s als participatie, zorg en armoede. Allemaal thema’s die betrekking hebben op de stip op de horizon van duizenden, en op landelijke schaal miljoenen, inwoners. Thema’s die ons als samenleving aangaan en waar we een mening over hebben. Dus vraag ik me af: regisseren beleidsmakers de maatschappelijke bewegingen die we als samenleving doormaken? Wordt onze mening beïnvloed door hoe het thema wordt belicht?
Nu kennen we in onze geschiedenis een aantal van die bewegingen waarbinnen de samenleving haar point of view verplaatste, waar het sentiment veranderde en de meningen werden herijkt. Eén voorbeeld staat me nog vers in het geheugen. Toen er in 2010 een richting werd ingezet die uiteindelijk zou leiden tot de Participatiewet was deze duidelijk ingegeven door een gewenste bezuiniging. Die bezuiniging kon alleen worden gerealiseerd wanneer mensen met een arbeidsbeperking meer gingen werken, of op zijn minst niet langer een beroep konden doen op een dure uitkering die, gelijk met hun chronische ziekte of handicap, een werkend leven meeging. De voorwaarden voor de arbeidsongeschiktheidsverzekeringen werden aangepast zodat mensen die voorheen nog recht hadden op een vangnet vanwege hun beperking hier nu niet meer voor in aanmerking kwamen. Daarnaast werden mensen die al gebruik maakten van een vangnet gestimuleerd te gaan werken. Wanneer zij die keuze maakten, werd hun uitkering omgezet in een andere variant die minder uitbetaalde, ongeacht of de poging tot participatie haalbaar was of was gelukt. Ook de overige vangnetten in het sociale stelsel werden aangescherpt om zo een grote groep mensen achter de geraniums vandaan en de arbeidsmarkt op te krijgen met als doel dat er een hoop belastinggeld kon worden bespaard.
Deze richting, dit verhaal, had uiteraard enige voorbereiding nodig en hier waren de regisseurs aan zet. Je moet je ‘audience’ namelijk meenemen in het verhaal, het moet kloppen. Daarom werd er, om de kijker, de samenleving, het gevoel te geven dat deze plotwending terecht was, een tweede verhaallijn geïntroduceerd. Dit met emotie geladen scenario zette uiteen dat veel van de zogeheten ‘arbeidsbeperkten’ jarenlang onterecht of veel te makkelijk een uitkering hadden gekregen. Hierdoor werd de samenleving, die hun vangnet betaalde, direct en persoonlijk benadeeld. Om hier kracht bij te zetten zoomde de camera in op situaties van fraude, van mensen die hun hand ophielden en tegelijkertijd zwart werkten. Het verhaal van de cijfers, namelijk dat slechts 2% van de bijstandsontvangers fraudeert en het grootste deel van die 2% dit niet bewust doet, werd strategisch uit de film geknipt. Hierdoor kregen we als kijker het gevoel dat het onrecht over ons ging. We voelden de pijn van onze zuurverdiende belastingcenten die verloren gingen aan luie en oneerlijke mensen.
Officieel was er nog een derde verhaallijn; die van kansen voor mensen met een arbeidsbeperking, van inclusie. Maar hoewel dit beeld uitnodigend in de trailer naar voren kwam, zakte het thema in de daadwerkelijke film naar de achtergrond. Met alle gevolgen van dien. Nooit meer kijken we naar mensen met een arbeidsbeperking zoals dat we vroeger deden. Waar ik jaren eerder nog moest uitleggen wat een Wajong was, had ineens iedereen er een mening over. Meestal negatief. En nu, bijna een decennium na het uitkomen van de Participatiefilm echoot het sentiment ervan nog altijd na.
Ik weet nog goed hoe ik mij voelde toen deze film werd geïntroduceerd. Het heeft mij gemotiveerd te doen wat ik nu doe, mij in te zetten voor perspectief en voor inclusie. En net als velen met mij heb ik schande gesproken van de scriptschrijvers, de producers en de regisseurs. Ik voelde me precies als de kijker van een film – het verhaal overkomt me en ik heb er geen invloed op – ik heb het immers niet geschreven. Wat ik toen deed was de invloed van de regisseurs veel groter maken dan die daadwerkelijk is en die van mijzelf veel kleiner. Hoewel er absoluut een idee en een visie voorafgaat aan beleid zoals dit, maakt dit verhaal onderdeel uit van iets groters en is het effect van de film afhankelijk van zoveel meer factoren dan alleen de schrijver en de regisseur. Zo kan de regisseur kiezen voor een invalshoek en daarmee de plank compleet misslaan, zoals bij de Wet Werken naar Vermogen het geval was. Maar door woorden te gebruiken die onderdeel maken van een populaire stroming (civil society), hoe misplaatst de vergelijking ook blijkt, kan de juiste noot worden geraakt. Hier onderscheidt de matige regisseur zich van de meester. Dus ja, onze opinie wordt beïnvloed door het gekozen perspectief. Ook belangrijk is het ritme waarin het verhaal verteld wordt. Hoe er wordt gedoseerd, uitgesteld, opgebouwd. Daarnaast is de timing, zoals bij elk verhaal, essentieel. Als het publiek er niet klaar voor is, wordt de film niet goed ontvangen.
Hier moeten we toch echt hand in eigen boezem steken. Als wij, als samenleving, niet klaar waren voor de Participatiewet en de gevolgen die het voor zoveel mensen in een kwetsbare situatie heeft gehad, dan was dit verhaal gesneuveld. Als wij niet hadden willen geloven in de fraude, in de opzet, in de luiheid, in het parasiterende gedrag, dan hadden we die retoriek niet overgenomen. Als wij werkelijk klaarstonden voor een inclusieve samenleving dan hadden we, na het zien van de trailer, moeite gedaan deze tot stand te brengen. Met een land van 17 miljoen regisseurs hebben we niemand aan te kijken op de uitkomst van dit verhaal dan onszelf, niet in de laatste plaats door ons stemgedrag. Gelukkig betekent dit ook dat wij elke dag kunnen kiezen een ander verhaal de wereld in te brengen. Perspectief is namelijk zowel een idee, een uitgangspunt, een richting als een (on)recht. De Participatiefilm is een flop, nu is het aan ons te kiezen welk verhaal we wél willen belichten, welk gevoel daarbij hoort en welke muziek. Wij, als samenleving, hebben de eindregie. Althans… dit is hoe ik ernaar kijk. Kies jij vooral je eigen point of view.
